Aan alle mensen die ik niet gezien heb toen wij elkaar onderweg tegenkwamen

Mocht ik turven welke klacht kennissen en vrienden mij het meest voor de voeten werpen, dan is dat ongetwijfeld de volgende: ‘Awel? Ik had u deze ochtend op straat gezien. En gij negeerde mij. En ik maar zwaaien. Ik had zelfs hallo geroepen en dan nog keekt ge niet op, asociale tist!’

U leest het, en misschien heeft u het al ondervonden: als ik u op straat tegenkom, is de kans groot dat ik u niet zal opmerken, hoezeer u ook naar mij staat te roepen en zwaaien. Ondertussen heb ik hieromtrent genoeg klachten opgestapeld om er een klachtenkasteeltje mee te bouwen, of kom, om er een blogbericht aan te wijden. Akkoord, wellicht kun je dit bezien als een gemakzuchtige verontschuldiging naar iedereen die ik recent of in een verder verleden, en kom, laten we in het kader van zelfkennis ook maar ineens de nabije en verre toekomst erbij sleuren, genegeerd heb of zal negeren. Het was onopzettelijk, ik zweer het u, en het zal onopzettelijk zijn. (Hier en daar een uitzondering voor de occasionele eikel daargelaten. In dat geval verkies ik om zo ostentatief mogelijk te negeren. Om een boodschap duidelijk te maken. De occasionele eikel in kwestie begrijpt die boodschap vrijwel nooit. Ik ben opgehouden mij daarover te verbazen.)

Maar dit bericht is vooral een verzoek om mij alstublieft te begrijpen. Of om dat toch te proberen, tenminste. En om u vooral niet slecht te voelen mocht het uzelf overkomen of overkomen zijn. Lees verder “Aan alle mensen die ik niet gezien heb toen wij elkaar onderweg tegenkwamen”