Aan alle mensen die ik niet gezien heb toen wij elkaar onderweg tegenkwamen

Mocht ik turven welke klacht kennissen en vrienden mij het meest voor de voeten werpen, dan is dat ongetwijfeld de volgende: ‘Awel? Ik had u deze ochtend op straat gezien. En gij negeerde mij. En ik maar zwaaien. Ik had zelfs hallo geroepen en dan nog keekt ge niet op, asociale tist!’

U leest het, en misschien heeft u het al ondervonden: als ik u op straat tegenkom, is de kans groot dat ik u niet zal opmerken, hoezeer u ook naar mij staat te roepen en zwaaien. Ondertussen heb ik hieromtrent genoeg klachten opgestapeld om er een blogbericht aan te wijden. Akkoord, wellicht kun je dit bezien als een gemakzuchtige verontschuldiging naar iedereen die ik recent of in een verder verleden, en kom, laten we in het kader van zelfkennis ook maar ineens de nabije en verre toekomst erbij sleuren, genegeerd heb of zal negeren. Het was onopzettelijk, ik zweer het u, en het zal onopzettelijk zijn. (Hier en daar een uitzondering voor de occasionele eikel daargelaten. In dat geval verkies ik om zo ostentatief mogelijk te negeren. Om een boodschap duidelijk te maken. De occasionele eikel in kwestie begrijpt die boodschap vrijwel nooit. Ik ben opgehouden mij daarover te verbazen.)

Maar dit bericht is vooral geschreven met het oog op een verzoek om mij alstublieft te begrijpen. Of dat toch te proberen, tenminste.

Lees verder “Aan alle mensen die ik niet gezien heb toen wij elkaar onderweg tegenkwamen”

De hemel is er voor iedereen: eerste paragraaf

En hier is de eerste paragraaf van een boek dat ik aan het schrijven ben, getiteld De hemel is er voor iedereen. Het gaat over een achtjarige jongen, die hem wordt wijsgemaakt dat de wereld zal vergaan doordat de maan op de aarde zal vallen. De jongen laat zich door dit verhaal meeslepen, en binnenin de grenzen van zijn intellect en inbeeldingsvermogen zal hij op zoek gaan naar een oplossing om dit lot te voorkomen, zich er niet van bewust dat het hele wereldbeeld dat hij opbouwt en het leven dat hij leidt gebaseerd is op een verzinsel.

Noot: de onafgewerkte staat van het boek indachtig houdend dient deze tekst gezien te worden als klad, dat dus, met andere woorden aan veranderingen onderhevig is.

Lees verder “De hemel is er voor iedereen: eerste paragraaf”

Laatste foto’s

‘Dag Jeroen, heb je nog veel foto’s gemaakt?’ Ja, afgelopen dagen wel, maar het zal voorlopig de laatste keer zijn geweest. Ik heb een punt achter mijn persoonlijk projectje gezet. Het idee was dat ik de absurde schaal van openbare werken in de stad Antwerpen zou fotograferen, waarin ik de filosofie die ik hanteer over fotografie, of meer specifiek, de artistieke waarde van fotografie, heb toegepast.

transition-002

Lees verder “Laatste foto’s”

Kortverhaal: Verlangen naar een nieuwe morgen

Laatste wijziging: 3 januari 2018

Synopsis: in een fictief land, in een fictieve wereld, leeft er een volk dat zich van alle andere mensen onderscheidt doordat zij in hun slaap de dodenwereld – en tegelijk de bron van alle leven in de fysische realiteit – kunnen betreden. Hákon heeft een universiteit opgericht om dit rijk, dat zij “Phasma” noemen, te onderzoeken. Hij gelooft dat de kennis die daar wordt opgedaan de mens kan helpen om haar eigen bestaan te overstijgen. Op een dag sterft echter een klas van studenten, samen met hun professor. Verlangen naar een nieuwe morgen verhaalt de dag dat de succesvolle Hákon voor het eerst in zijn leven met een echte tegenslag geconfronteerd wordt. En het proberen om te gaan met de doden binnenin zijn eigen universiteit blijkt het minste van zijn zorgen. Want als de avond valt, en hij dichterbij de doodsoorzaak van de slachtoffers komt, wordt het duidelijk dat er iets vreselijk fout aan het lopen is in het schimmenrijk, en dat noch hij, noch zijn collega-professoren een antwoord klaar hebben op de dreiging die in de duisternis van het onbekende schuilt.

Lees verder “Kortverhaal: Verlangen naar een nieuwe morgen”

Boekbespreking: HEX (Thomas Olde Heuvelt)

Creatievelingen raken al dan niet onbewust geïnspireerd door werken over alle genres heen. In geval van bewuste beïnvloeding, stoppen deze mensen soms duidelijke verwijzingen naar hun inspiratiebronnen in hun creaties. Soms zijn het schalkse knipoogjes, dan is het weer een uitgebreid eerbetoon. En in bepaalde gevallen is het zo subtiel weggemoffeld, dat enkel de meest aandachtige lezers de referentie zullen begrijpen.

Maar verwijzen naar een bestaand werk is één ding. Het stelen is iets totaal anders.

 

De hele bespreking kun je hier lezen.

Boekbespreking: Een brug te ver (Cornelius Ryan)

In de smalle corridor waardoor de tanks zouden oprukken, moesten vijf grote bruggen worden genomen. Ze dienden intact te worden veroverd — door middel van een luchtlandingsoperatie. Het was de vijfde, de belangrijkste brug over de Nederrijn, bij Arnhem, ongeveer honderd kilometer achter Duitse linies, die luitenant-generaal Frederick Browning, korpscommandant van het Eerste Geallieerde Luchtlandingsleger, zorgen baarde. Wijzend naar de op de kaart aangegeven Rijnbrug, vroeg hij: “Hoeveel tijd zullen de tanks nodig hebben om ons te bereiken?”
+++Veldmaarschalk Montgomery antwoordde zonder aarzelen: “Twee dagen.”
+++Nog steeds naar de kaart kijkend, verklaarde Browning: “We kunnen het vier dagen uithouden.”
+++Toen voegde hij eraan toe: “Maar toch geloof ik dat we weleens een brug te ver konden gaan.”

 

De hele bespreking kun je hier lezen.

Boekbespreking: Perdido Street Station (China Miéville)

J.R.R. Tolkien kan met recht en rede beschouwd worden als de invloedrijkste auteur van het fantasy-genre. Zodra het woord “fantasy” valt, denkt wellicht iedereen prompt aan elfen, dwergen en tovenaars die in Midden-Aarde de strijd aanbinden tegen de slechte orks. Het onvermijdelijke gevolg van populariteit – en zeker als die zulke proporties aanneemt – is dat de meningen over de auteur sterk uiteen lopen. Zéér sterk. Tolkien vormt hierop geen uitzondering: langs de ene kant zijn er mensen die van mening zijn dat hij een zegen geweest is voor het fantasy-genre, omdat hij dat met zijn The Lord of the Rings-epos op de kaart gebracht heeft. Daarentegen zijn er anderen die zich sterk maken dat hij dit genre juist verwoest heeft, omdat het sindsdien verzadigd is geraakt met schrijvers die hun eigen The Lord of the Rings willen scheppen, meestal met lange, saaie en afgekookte verhalen tot gevolg. Met dit citaat van China Miéville wordt het duidelijk in welk kamp hij zich bevindt:

“When people dis fantasy – mainstream readers and SF readers alike – they are almost always talking about one sub-genre of fantastic literature. They are talking about Tolkien, and Tolkien’s innumerable heirs. Call it ‘epic’, or ‘high’, or ‘genre’ fantasy, this is what fantasy has come to mean. Which is misleading as well as unfortunate.

Tolkien is the wen on the arse of fantasy literature. His oeuvre is massive and contagious—you can’t ignore it, so don’t even try. The best you can do is consciously try to lance the boil. And there’s a lot to dislike—his cod-Wagnerian pomposity, his boys-own-adventure glorying in war, his small-minded and reactionary love for hierarchical status-quos, his belief in absolute morality that blurs moral and political complexity. Tolkien’s clichés—elves ‘n’ dwarfs ‘n’ magic rings—have spread like viruses. He wrote that the function of fantasy was ‘consolation’, thereby making it an article of policy that a fantasy writer should mollycoddle the reader.”

Ik was dan ook zeer benieuwd naar de fantasy-boeken die Miéville schrijft. Zeker omdat ze weinig bekend zijn, maar toch bemind worden door zij die ze gelezen hebben (en al helemaal door degenen die zich tegen de Tolkienesque fantasie afzetten).

 

De hele bespreking kun je hier lezen.

Boekbespreking: Kafka op het Strand (Haruki Murakami)

Vandaag wil ik het hebben over de mogelijk internationaal populairste Japanse auteur op dit ogenblik. Aanvankelijk stond ik een beetje sceptisch tegenover Haruki Murakami, want op basis van wat ik erover gehoord had, leken zijn werken me nogal deprimerend overkomen. Het is zo dat er veelal een ingetogen, stoïcijnse melancholie door zijn literatuur spookt die zo typerend is aan de Japanse cultuur. Dit komt vooral tot uiting in zijn meest bekende werk, Norwegian Wood, wat Murakami geschreven had om te bewijzen dat hij ook “normale” boeken schrijven kon. Echter zou zijn oeuvre tot deze ene eigenschap reduceren getuigen van een enge kijk daarop, want zeker met Kafka op het strand bewijst Haruki Murakami dat hij zoveel meer te bieden heeft dan dat.

De gehele bespreking kun je hier lezen.